Ziekteverzuim in jaren niet zo hoog

Het gemiddelde ziekteverzuim in Nederland loopt de laatste jaren op. Uit de cijfers van CUMELA Verzekeringen blijkt dat dit ook in de cumelasector het geval is ook al is dit nog lager dan het gemiddelde in Nederland.

 

Het ziekteverzuimpercentage in 2017 is inmiddels voor alle bedrijven in Nederland 4,0 procent. Dat is een stijging van 0,1 procent ten opzichte van 2016. De eerste cijfers van 2018 laten zien dat de stijgende trend doorzet, wat nog eens versterkt wordt door de griepepidemie die in het voorjaar van 2018 heerste. Daardoor lag het verzuimpercentage in het eerste kwartaal zelfs op 4,9 procent.

De bouwnijverheid had in 2017 een ziekteverzuimpercentage van 3,6 procent, terwijl in het mechanisch loonwerk het verzuimpercentage 3,7 procent was (bron CBS/Stigas).

Dat er landelijk weer meer verzuimd wordt schrijft Stigas, kennisinstituut en arbodienstverlener in de agrarische en groene sector, toe aan de vergrijzing en aantrekkende economie.

Het verzuimpercentage in de cumelasector stijgt ook, maar ligt historisch gezien altijd ruim onder het landelijk gemiddelde. Waarschijnlijk is het toe te schrijven aan een goede moraliteit en daaraan gekoppelde werksfeer.

Aanpak werkt

Marcel Elferink, teamleider bij CUMELA Verzekeringen, ziet met lede ogen aan dat de verzuimcijfers weer stijgen, maar constateert tegelijk dat de aanpak van zijn organisatie een positief effect heeft. “Bij onze 600 verzekerden ligt het verzuimpercentage in 2017 gemiddeld op 2,69 procent. Dat is ruim 25 procent lager dan het gemiddelde van onze bedrijfstak.”

De in verhouding lagere verzuimcijfers bij de verzekerden van CUMELA Verzekeringen schrijft Elferink mede toe aan de persoonlijke ondersteuning aan werkgevers wanneer een werknemer ziek wordt gemeld.  “Door op te treden als procesregisseur zorgen we ervoor dat telkens de juiste stappen worden gezet om een medewerker zo snel mogelijk weer aan het werk te krijgen. Dat is belangrijk omdat we zien dat het in de cumelasector vooral gaat om langdurige trajecten.  Daarbij is de directe ondersteuning vanuit de brancheorganisatie ook een belangrijke factor. De resultaten zien we terug in de cijfers.”