Wortels kijken niet

Als er een beeld was, dat het twijfelachtige van de verplichte rijenbemesting in de mais liet zien, dan was het wel de proefsleuf op een veld met rijenbemesting. Daarin was te zien dat de wortels van de mais gewoon alle kanten op groeien in de hele zone tussen twee plantenrijen. Logisch volgens bedrijfsleider Marc Kroonen van Proefboerderij Vredepeel. “Wortels kijken niet waar ze heen moeten groeien.”

 

  • DSC00260 (2) (Klein).jpeg

    Ondanks de rijenbemesting op dit perceel, groeien de wortels gewoon alle kanten op en komen ze binnen acht weken in de hele zone tussen twee rijen mais.
  • DSC00256 (Klein).jpeg

    Op verschillende plaatsen was een proefsleuf gegraven om te laten zien wat het effect van grondbewerking was op de ondergrond.
  • DSC00266 (Klein).jpeg

    Herman van Schoten toonde de resultaten van drie jaar proeven met rijenbemesting en ruitzaaien. De conclusie; rijenbemesting is gelijk of slechter, ruitzaaien is gelijk of beter.
  • DSC00234 (Klein).jpeg

    Ploegmakers uit De Rips werkt met een Garanto bemester van Evers. Deze legt de mest in twee strookjes naast en onder het maiszaad. Op ongeveer 8 cm van de rij en ongeveer 7 ccm dieper.
  • DSC00223 (Klein).jpeg

    Bij de Kverneland striptill bemester wordt de mest precies onder het zaadje gelegd. Ongeveer 7 cm dieper.
  • DSC00231 (Klein).jpeg

    Tom Derkx heeft een eigen bemester omgebouwd voor de rijenbemesting. Hij legt de mest ongeveer 4 cm diep weg. Door de mais op ruggen te zaaien, komt deze toch hoog genoeg boven de mest is de theorie.

Het thema Maisteelt anno 2021 verleidde ongeveer 100 boeren en loonwerkers om ondanks de hitte naar Proefboerderij Vredepeel te komen. Allemaal met het doel om meer te horen over de mogelijkheden om ook in 2021 op een goede manier mais te telen. Helaas kon nog niemand een goed antwoord geven op de vraag hoe het dan moet. Vooral omdat de regelgeving nog steeds niet bekend is zoals Jacqueline Ulen van Proefboerderij Vredepeel vertelde. Ze verontschuldigde zich dat ze niet anders kon dan uitleggen welke vragen er nog zijn en dat het ook nog moeilijk zal zijn om dat in te vullen.

Als voorbeeld haalde zij aan, de verplichting dat dit alleen zal gelden voor de droogtegevoelige zandgronden. In de afspraken van het zesde nitraatactieprogramma waar de verplichte rijenbemesting is opgenomen staat namelijk dat dit alleen geld voor gronden benden grondwatertrap vier. “Alleen hoe gaan we dat bepalen. Er zijn namelijk geen kaarten op perceelsniveau. In Nederland zijn alleen kaarten die op regionaal niveau aangeven wat de gemiddelde grondwatertrap is. Per perceel kan dat door allerlei maatregelen zoals drainage, aangepaste waterbeheer door het waterschap of bijvoorbeeld egalisatie verschillen. Dan komt dus de vraag hoe je dat in regelgeving gaat vatten.”

UItzondering

Andere punten die nog vragen oproepen zijn de vermelding dat er een uitzondering komt voor volveldszaaien en de verplichting om bij rijenbemesting alle uitgevoerde werkzaamheden vast te leggen met gps. “We hebben herhaaldelijk bij het ministerie nagevraagd hoe dit zou moeten, maar daar komt nog steeds geen antwoord op. Wel weten we dat er wordt gekeken naar de mogelijkheid om ruitzaai ook te benoemen als volveldszaai.”

De onduidelijkheid in combinatie met de resultaten van recent uitgevoerd onderzoek naar de effecten van rijenbemesting en ruitzaai in vergelijking met de huidige methode (zie ook https://www.grondig.com/artikel/geen-meerwaarde-drijfmest-rijenbemesting)  leidde tot veel wrevel bij de aanwezige loonwerkers en maistelers. “Waarom moeten wij dure investeringen doen, die geen enkel effect hebben. Prima als we betere resultaten halen en stikstof beter benutten. Maar dit heeft geen enkele zin. Weet die ambtenaren wel waar ze mee bezig zijn.” Aldus een van de aanwezigen. Het was een reactie die herhaaldelijk en in alle groepen terugkwam.

Wortels kijken niet

Dat gevoel werd nog versterkt bij de demo die Marc Kroonen van de Proefboerderij toelichtte. In een proefperceel waar ook drijfmest in de rij was toepast, liet een proefsleuf zien, dat de rijenbemesting in elk geval dit jaar geen enkel effect had op de wortelgroei van de mais. Over de volle breedte tussen de maisrijen waren wortels te zien. Zijn constatering was simpel. “Wortels kijken niet, die groeien overal heen op zoek naar voedingsstoffen.”

Hij nuanceerde tegelijkertijd wel de schade van het rijden met de mesttank over geploegd land. Met prikstokken liet hij dat de bezoekers zelf ervaren. “Je merkt dat onder het wielspoor deze minder de grond in gaat. Maar als er achter het wiel een woelpoot loopt op de plek waar de mais wordt gezaaid, dan merk je dat deze daar ook makkelijk de grond in gaat. Het probleem is denk ik niet het berijden, maar vooral de planning. Want de periode om de werkzaamheden uit te voeren, is in de meeste jaren veel krapper.”

Inmiddels zijn er wel wat machines in ontwikkeling om de verplichte rijenbemesting zo goed mogelijk uit te voeren. Drie systemen waren ook op de bijeenkomst te zien.  Ploegmakers met een Evers Garano, Nooijen met een Kverneland Striptill bemester en Tom Derikx met een zelfbouw bemester inclusief rugopbouw om de mais op kleine ruggen te zaaien. Nooijen gebruikt de machine vooral om in gefreesd grasland mais te kunnen zaaien, maar verwacht dat dit ook zal kunnen in een ondergewerkte of gefreesde groenbemester. Hoe het resultaat is zal dit najaar moeten blijken. Wat bij allemaal een punt is, is de capaciteit. Gemiddeld komen ze tot 1 ha per uur. Het maakt duidelijk dat vooral het beschikbaar hebben van voldoende apparatuur kritisch zal worden als de maatregel in 2021 wordt ingevoerd. Een extra pleidooi voor snelle duidelijkheid aldus de aanwezige loonwerkers.