Loonwerkers willen meer inspraak in GLB

Binnen het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) moet meer erkenning komen voor het werk van loonwerkers, bosbouwers en cultuurtechnische bedrijven. Nu richt het GLB zich vooral op de boeren, maar innovaties komen juist steeds vaker bij de dienstverlenende bedrijven vandaan. Daarom vraagt de Brusselse koepelorganisatie CEETTAR om een nieuwe definitie van land-based contractors. Het moet de rol van sector beter zichtbaar maken.

Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) in de Europese Unie (EU) begunstigt boeren, die op hun beurt vaak weer gebruik maken van de diensten van loonwerkers. Het nieuwe GLB moet juist de inzet van innovatieve technologieën door loonwerkers aanjagen en voorkomen dat boeren zelf de vaak dure, nieuwe technologieën moeten aanschaffen. “Door te voorkomen dat boeren leningen moeten aangaan voor de aanschaf van dure, moderne machines dragen we bij aan het terugdringen van de schulden op het boerenbedrijf", stelt CEETTAR, die de belangen van Europese loonwerkers, bosbouwers en cultuurtechnische bedrijven behartigt. 

CEETTAR en haar landelijke organisaties (onder andere CUMELA Nederland) geven aan dat het GLB zichzelf niet langer moet beperken, door te stellen dat landbouw alleen het terrein van de boer is. “De veranderingen in de Europese landbouw, gedurende de laatste decennia, werden ondersteund door nieuwe technieken, ontwikkeld door loonwerkers en aannemers. Wij geloven daarom dat de sector bij het neerzetten van prioriteiten en maatregelen voor landbouw en bosbouw een grotere rol hoort te krijgen."   

Toegevoegde waarde benadrukken
Tegen deze achtergrond vraagt de koepelorganisatie om een andere definitie van grondgebondenaannemers in de nieuwe regelgeving. Een definitie die zowel slaat op de loonwerkers, bosbouwers als de cultuurtechnische bedrijven. Ook moet benoemd worden welke toegevoegde waarde de bedrijven op economisch vlak, technologisch gebied en voor het milieu hebben.

Een voorbeeld wat de koepelorganisatie geeft is dat een groot deel van het materieel bij de loonwerkers bestaat uit geavanceerde machines. “Ze moedigen de inzet aan van meer innovatieve technologieën. Dit geldt zowel voor de landbouw als het cultuurtechnische werk en de bosbouw. Tegelijk voorkomt het dat boeren het materieel moeten aanschaffen.” Een ander voorbeeld is dat de sector beter geschoold personeel tot zijn beschikking heeft en kan inzetten voor nieuwe technieken. Een boer kan dat niet.

Wie krijgt er geld voor innovatie?
Door de definitie van land-based contractors aan te pakken hoopt CEETTAR dat de rol van de sector zichtbaarder wordt en ze een grotere stem krijgen in de invulling van het nieuwe GLB. Wat ze vooral willen aanpakken is de tweede pilaar, waaronder gesteld wordt dat boeren zelf zouden moeten investeren in innovatieve technologieën.