Eerste reactie op LTO mestplannen positief

Het 10-puntenplan wat LTO Nederland donderdag 13 juni presenteerde levert een positieve reactie op bij Johan Mostert, sectievoorzitter Meststoffendistributie bij CUMELA Nederland. "Dit waren echter alleen de hoofdlijnen." De uitwerking en de verdere invulling van de details zijn nog belangrijker en dan kan pas echt gezegd worden wat de voorstellen voor de ondernemers in de cumelasector gaan betekenen.  

Middels een 10-puntenplan deed LTO Nederland uit de doeken hoe volgens de organisatie de herbezinning van het mestbeleid eruit moet gaan zien. Zaken die daarbij aan bod kwamen waren duurzaamheid en ondernemerschap. Zo wordt er aan de hand van drie strategische lijnen gewerkt: werk met de bodem als een ecosysteemdienst in een integraal kader, de groene grondstoffen economie centraal stellen en verlaging van de emissies waar nodig.  

Omgang met mest

In het plan wordt twee manieren genoemd waarop met mest kan worden omgegaan. Zo ligt er een voorstel voor een verfijnd systeem en een die uitgaat van het forfaitaire systeem. Het zou dan vervolgens aan de boer zelf zijn om te kiezen welke methode hij wil gaan gebruiken. De organisatie kiest hiervoor om de mogelijkheid te bieden het wettelijk kader passend te maken voor elk bedrijf. 

Claude van Dongen, LTO-portefeuillehouder Bodem en Waterkwaliteit, gaat daar verder op in. "Enerzijds hebben we in de sector bedrijven die gewassen of grond hebben waar de kans op overschrijding gering is. Dit zijn bedrijven die met een eenvoudig forfaitair systeem uit de voeten kunnen. Dit systeem zal veel raakvlakken hebben met het huidige mestbeleid." Dan is er een groep bedrijven met hoge gewasopbrengsten, veel nitraatuitspoeling of een mestproductie lager dan op basis van normen voorspeld wordt. "Deze bedrijven kunnen bijvoorbeeld beter op doelen voor het grondwaterbeleid worden beoordeeld. De onderbouwing van de bedrijfsspecifieke verantwoording bestaat uit bijvoorbeeld balansrekeningen."  

Veel vragen

"Het is nog wel de vraag hoe en op welke manier invulling gegeven gaat worden aan de hoofdlijnen die gepresenteerd zijn", zegt Mostert. Waarbij het Mostert een beetje verbaast dat er een forfaitair systeem genoemd wordt, terwijl met precisielandbouw veel fijner gewerkt kan worden. Andere vragen zijn bijvoorbeeld wat op welke mestsoorten van toepassing wordt. 

Uiteindelijk komen de plannen niet als een verrassing, want ze gaan in op onderwerpen waar continu over gesproken wordt. Nu is het wachten op een reactie van Carola Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), op de plannen. Van Dongen, LTO-portefeuillehouder Bodem en Waterkwaliteit, gaf aan graag met de minister in gesprek te willen gaan om de plannen toe te lichten. "Deze aanpak zien we als de kracht van onze organisatie."