Is bodemverdichting voorkomen geld waard?

Kun je het tegengaan van bodemverdichting tot waarde brengen? Of kun je er in elk geval voor zorgen dat je als loonwerker een vergoeding krijgt voor de extra investering die gedaan wordt? Het zijn vragen die een rol spelen bij de ontwikkeling van een checklist. Deze is zowel voor loonwerker als voor de boer bedoeld. 

Op de loonwerkersbijeenkomst Bodemverdichting Fryslan werd ingegaan op de boerenexperimenten, maar kwam ook de checklist aan bod. Suzanne van der Meulen en Emiel Elferink, van Van Hall Larenstein werken daaraan. Om de lijst nog beter werkbaar te maken werd deze gelegenheid benut om het daarover te hebben. "Het moet een eenvoudig instrument worden wat aansluit bij de praktijk", zegt Van der Meulen. 

Afspraken vastleggen

Het idee is om daar meerdere versies van te maken. Een voor in de cabine voor de medewerker en een die de loonwerker kan gebruiken in het gesprek met de boer. Deze laatste moet dan vooral een hulpmiddel worden in de communicatie. Hierin kunnen afspraken vastgelegd worden, waardoor beide partijen weten wat ze van elkaar verwachten. Elferink benoemt dat je jezelf via het document ook een soort verplichting oplegt. De medewerker moet het goed doen en de boer weet dan waarom een loonwerker misschien wel met een niet lege mesttank doorrijdt naar de mestput.

Het zijn namelijk dit soort praktische zaken die aan bod komen. Hoe ga je bijvoorbeeld om met oppervlaktewater? Adviseer je klanten om toch greppels te maken? Ga je het gesprek aan om deze keer op een ander punt te beginnen met mestuitrijden? Misschien zou een extra dam kunnen helpen rijpaden te voorkomen? Dit soort vragen kunnen allemaal gesteld worden. Maar ook wat nu als er, zoals in 2019, nog rond oktober gras gemaaid moet worden terwijl de draagkracht van de grond het niet toelaat? Afgelopen seizoen blijkt de ene loonwerker geweigerd te hebben, "tenzij ze flink extra geld hadden willen betalen", waar de ander ondanks de schade toch aan de slag gegaan is. "Ook dat kun je dan bespreken en laten zien wat voor investering nodig is om dergelijk werk te kunnen doen", stelt Elferink voor. Een krabbel onder het document maakt vervolgens duidelijk dat de afspraken bindend zijn. 

Elferink weet hiermee de loonwerkers te prikkelen, want zo was er nog niet eerder naar gekeken. Dat de wil om hiermee aan de slag te gaan groot is blijkt wel uit het enthousiasme. Meteen wordt al geopperd om een toolbox in de vorm van een poster te maken voor medewerkers.

Bewustwording
 

Dat er al best wat kennis is over bodemverdichting bewezen de cumelaondernemers voorafgaande aan de workshops. Vragen over bodemverdichting werden veelal goed beantwoord. Zo wisten de meeste dat grasland wat alleen wordt gemaaid meer verdicht dan waar beweiding plaatsvind. Net zoals het ook bekend is dat verdichting tegengaan maatwerk is en dat de inzaai van een diepwortelend gewas een belangrijk onderdeel is van de nazorg, Minder bekend was het dat je als eerste aan de wortels van een plant kunt zien dat er sprake is van bodemverdichting. Het merendeel van de ondernemers ging ervan uit dat plasvorming het eerste signaal is. "Onjuist", aldus Everhard van Essen, van Aequator, "als dit gebeurt dan is er al veel meer aan de hand."

Om bodemverdichting tegen te gaan wordt nu gewerkt aan bewustwording, maar ook aan praktische hulpmiddelen. Zo werd de ontwikkeling van het Teranimo-model door Wageningen University & Research met open armen ontvangen. Met dat model wordt het straks mogelijk om via een aantal parameters te zien of de machine wel op de bodem past. 

Wat vooral duidelijk wordt is dat waar een paar jaar eerder vooral gepraat werd over dit onderwerp er nu zichtbaar stappen gezet worden. Dat blijkt ook nodig te zijn want bijvoorbeeld natuurbeherende organisaties gaan er al vanuit dat grote machines funest voor de bodem zijn, maar dat ligt in de praktijk heel anders. "Blijf daarom vooral met elkaar in gesprek", zegt Van Essen tegen de loonwerkers die al vragen vanuit klanten krijgen hierover. "Ook Cumela draagt hier haar steentje aan bij door het gesprek aan te gaan met deze organisaties", zo sluit Cumelabedrijvenadviseur Simon Broekstra af.