VVD stelt vragen over nieuwe teeltregels maïs

Helma Lodders, landbouwwoordvoerder van de VVD in de Tweede Kamer, heeft vragen gesteld over de aangepaste teeltmaatregelen in maïs. Zo bleek op de Agrotechniek Holland (ATH) dat 40 procent van de telers nog niet op de hoogte was van de nieuwe teeltmaatregelen. Vragen zijn er ook over het hoofdgewas na maïs en rijenbemesting. 

Op 12 december hoopt Lodders tijdens het debat over het Mestbeleid antwoord te krijgen op de vragen over de nieuwe maatregelen in de maïsteelt. Zo bleek op de ATH dat een groot deel van de telers niet op de hoogte was van deze maatregelen. 

Voldoende communicatie?

Het gaat dan om de aanpassing van de zesde nitraatrichtlijn die stelt dat er vanaf 2019 op zand- en lössgrond na de teelt van maïs, voor 1 oktober, een vanggewas gezaaid moet worden. Dat kan door na een vroege oogst een dergelijk gewas te zaaien of gebruik te maken van onderzaai. Lodders vraagt zich af hoe die communicatie is gegaan en of dit wel voldoende was.

Zij wil dan ook van Carola Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, weten wat zij vindt van de uitkomst dat 40 procent van de telers niets weet van de maatregelen. Ook vraag ze naar de hoofdgewassen. Via de openbare enquête wordt duidelijk dat dit nu wintergerst-, -tarwe en rogge zijn. Hier probeert CUMELA Nederland nog gras en gras-klaver aan toe te voegen. Dit omdat het daarmee mogelijk wordt om vruchtwisseling te creëren.  

Rijenbemesting

Andere vragen van Lodders gaan over de rijenbemesting die vanaf 2021 gaan gelden. Zij vraagt zich af of de aanpassingen voldoende zijn om desinvesteringen door boeren en bedrijven te voorkomen. Aanvullend daarop is de vraag hoe ver het staat met het onderzoek naar mogelijkheden voor andere opties van maïszaaien bij een volveldbemesting. Uit het veld komen vooral geluiden die aangeven dat de term rijenbemesting veel ruimte voor vrije interpretatie overlaat. 

Bijlagen: