Succesvol beroep rondom buitenopslag in Bronckhorst

CUMELA Advies heeft een belangrijk succes gehaald bij de Raad van State in een procedure tegen de gemeente Bronckhorst. In het nieuwe bestemmingsplan wilde de gemeente cumelabedrijven nog maar toestaan om 100 m2 te gebruiken als opslag waarbij de aanwezige goederen niet boven de twee meter uit mochten komen. Onmogelijk aldus Johan van Dijk, juridisch adviseur omgevingsrecht bij CUMELA Advies. De Raad van State was het daarmee eens en stelde de bedrijven die beroep aantekenden in het gelijk. 

 

  • compost.JPG

    Een cumelabedrijf kan niet zonder buitenopslag
"Niet één cumelabedrijf kan zonder buitenopslag ten behoeve van de opslag van goederen en stoffen én vooral niet zonder het (tijdelijke) stallen van machines, werktuigen, hulpstukken of dergelijke op het eigen erf", zegt Van Dijk. "Toch sluiten steeds meer gemeenten – dit – op grond van de regels in het bestemmingsplan uit óf leggen dit tenminste in ernstige mate aan banden."
 
Dat gebeurde ook in de gemeente Bronckhorst. "Deze Gelderse gemeente nam in het bestemmingsplan Landelijk Gebied de regel op voor niet-agrarische bedrijven (lees: cumelabedrijven) dat ‘De oppervlakte voor buitenopslag, stalling en/of grondopslag maximaal honderd m2 en twee meter hoog’ mag zijn." Middels een omgevingsvergunning is hiervan – onder voorwaarden, zoals noodzakelijkheid en een landschapsplan - van af te wijken tot een maximale oppervlakte van tweehonderd m2 en een hoogte van vier meter.
 
Groter oppervlakte in gebruik

"Op aanwijzing van CUMELA Advies reageerden een aantal leden binnen de gemeente dat zij zich met deze oppervlakte niet konden verenigen", zegt de juridisch adviseur omgevingsrecht. "Deze bedrijven hadden al vele jaren meer oppervlakte in gebruik voor opslag en stalling - zelfs in sommige gevallen buiten het bestemmingsvlak – en ook benodigd voor de uitoefening van het loonwerk- en grondverzetbedrijf. Ongeacht inspraakreactie en zienswijze bleef de gemeente bij haar standpunt, mede omdat deze regel ook al in een voorgaand bestemmingsplan was opgenomen." CUMELA Advies stelde namens de bedrijven beroep in bij de Raad van State.

 
In de uitspraak van de Raad van State van 27 maart 2019 concludeerde zij dat het beroep op het onderdeel ‘buitenopslag’ gegrond was. Dit ondanks dat de gemeente zich ondertussen al aan het beraden was op het aanpassen van het bestemmingsplan voor het wijzigen en uitbreiden van de activiteiten van de loonwerkbedrijven. Tijdens de beroepsprocedure was ook nog de nodige lobby uitgevoerd door CUMELA en de betreffende richting gemeente. De Raad stelde vast dat de gemeente bij het opstellen van het bestemmingsplan tekort was geschoten in het vaststellen van de relevante feiten en het vergaren van alle kennis om zodoende de belangen (van de loonwerkbedrijven) goed te kunnen afwegen. De gemeente moet nu binnen een termijn van 26 weken alsnog voorzien in een passende regeling voor de werkzaamheden, buitenopslag, stalling en grondopslag voor de betreffende bedrijven en eveneens voor de omvang van het bestemmingsvlak. 
 
Interessant en leerzaam
 
"Deze uitspraak is “interessant en leerzaam” voor de sector", zegt Van Dijk. "In eerste aanleg blijkt dat het instellen van beroep bij de Raad van State (vaak) zinvol kan zijn. Ook in beroepszaken in de gemeenten Nijkerk, Westerveld en Lopik werd succesvol geprocedeerd. Ook blijkt dat het reageren op wijziging in een bestemmingsplan e.d. welke tot nadeel/beperking kunnen leidden voor de bedrijfsvoering noodzakelijk is." Toch is het belangrijkste dat met name de bestaande rechten en het feitelijk gebruik goed in ogenschouw moet worden genomen door het bevoegd gezag en voldoende dient te worden betrokken bij de besluitvorming, sluit de adviseur van CUMELA Advies af.