PFAS remt grondverzet nog steeds

Een groot deel van de problemen rondom PFAS zijn opgelost en veel werkzaamheden kunnen weer doorgaan, maar het neemt niet weg dat er wel degelijk nog steeds grote knelpunten zijn. Dat door het ontbreken van een norm voor toepassing in oppervlaktewater en in diepe plassen. Een kwart van de door VNG ondervraagde gemeenten ziet dat bedrijven in het grondverzet in de financiële problemen terecht zijn gekomen. 

"De meerderheid van de werkzaamheden in grond en bagger gaat weer door", zo schrijft Stientje van Veldhoven, minister voor milieu en Wonen, in een brief aan de Tweede Kamer. In de kamerbrief schetst ze de stand van zaken sinds op 1 december de de PFAS-norm verruimd werd. Voor veel werkzaamheden heeft de verruiming goed uitgepakt, maar dat aanpassingen noodzakelijk zijn blijkt wel uit de enquête die door de VNG gehouden werd. Zo gaf een kwart van de 140 ondervraagde gemeenten aan te zien dat bedrijven in het grondverzet financiële problemen ondervinden door het uitblijven van een definitieve norm en een handelingskader dat houvast geeft.

Hogere kosten

Het grootste struikelblok wat ook door Van Veldhoven benoemd wordt is het ontbreken van een norm voor het toepassen van grond in diepe plassen en een norm voor toepassen in oppervlaktewater. "Het is een van de redenen dat de kosten voor transport en de opslag van grond gestegen zijn." 

Op dit moment mag in zestien zogenoemde "meestromende"diepe plassen bagger toegepast worden. Om te voorkomen dat er gewacht moet worden op het definitieve handelingskader PFAS wat pas in de loop van 2021 klaar zal zijn wordt gewerkt aan een beoordelingsmethodiek. Die komt waarschijnlijk in het voorjaar beschikbaar. Daarna kunnen de waterschappen samen met het ministerie en het RIVM gaan onderzoeken welke plassen weer gebruikt kunnen gaan worden. Er wordt geen indicatie gegeven over de hoeveelheid tijd die daarvoor nodig is. 

Wel komt er rond de zomer een norm voor de toepassing in oppervlaktewater. Het RIVM gaat daarvoor nu onderzoek uitvoeren naar het toepassen van PFAS-houdende grond in oppervlaktewater. Medio juni hoopt het RIVM de resultaten van de onderzoeken te kunnen overhandigen, waarna een norm kan worden neergezet. 

Pas wanneer die twee normen er liggen verdwijnen de twee belangrijkste overgebleven knelpunten. Het gaat volgens de minister om 20 procent van de grond, maar combineer dat met de financiële problemen bij de bedrijven actief in grond die de VNG ziet en er kan geconcludeerd worden dat dit voor de individuele bedrijven de belangrijkste kilo's grond zijn. 

Ringonderzoek
Andere zaken die de minister aankaart is een ringonderzoek. Dat houdt in dat wordt gekeken of de onderzoeksresultaten van laboratoria reproduceerbaar zijn. De minister zelf geeft aan dat de eerste resultaten laten zien dat de reproduceerbaarheid van de laboratoria over het algemeen goed is. "De spreiding tussen de laboratoria is vergelijkbaar met de afwijkingen die voor andere organische stoffen in relatief lage concentraties worden gehaald."

Ondertussen komen ook proeven met het reinigen van grond in zicht. Opvallend want ook vorig jaar rond de zomer stonden er praktijkproeven klaar om van start te gaan, maar dat kon toen niet doordat er een norm voor water ontbrak. De minister gaat niet inhoudelijk in op de proeven, waardoor niet gezegd kan worden of het gaat om nieuwe manieren van reinigen of hoe groot de slagingskans is. 

Ook wordt er gewerkt aan bronverbod. Waarvoor op Europees niveau met de Milieuraad gepraat wordt. Komt een dergelijk verbod er dan zal dat pas op zijn vroegst in de eerste helft van 2023 een definitief restrictievoorstel ter besluitvorming aangeboden worden, aldus Van Veldhoven.