PFAS-probleem niet serieus genomen

"Het PFAS-probleem is veel groter dan een verkeerde interpretatie van de regels", zegt Gerben Zijlstra, beleidsmedewerker bodem bij CUMELA Nederland, in reactie op de uitspraken van de staatsecretaris Stientje van Veldhoven. Die stelde tijdens het overleg in de vaste Kamercommissie dat de problemen die de praktijk schetst rondom het tijdelijke handelingskader voor PFAS-houdende grond en bagger "misverstanden zouden kunnen zijn". Eerder deze week lieten Cumela en TLN Van Veldhoven weten dat er bedrijven zijn die door de gestagneerde werkzaamheden vrezen voor hun voortbestaan. "Ze neemt de signalen uit de praktijk nog niet erg serieus."  

Het tijdelijke handelingskader PFAS heeft geresulteerd in een algehele stagnatie van bouw- en gww-projecten, Zowel Cumela als TLN trokken daarom bij Van Veldhoven aan de bel, omdat de brancheorganisaties vrezen dat het voortbestaan van bedrijven actief in het grondverzet, -handel en - transport in gevaar komt. Ondanks deze signalen schetste Van Veldhoven tegenover de vaste Kamercommissie dat het tijdelijk handelingskader juist "handelingsperspectief" gegeven heeft. Waarbij voor bagger bestaande uit klei en/of veen met een te veel aan PFAS gekeken wordt naar een vrijstelling op storten.

Vertraging of stop

In minimale woorden werd zijdelings door de staatssecretaris erkent dat er op plaatsen sprake kan zijn van vertraging of een stop. "Er zullen ook wel werkzaamheden zijn waar wel een vertraging of een stop is, daar moeten we niet voor weglopen, maar in het hele brede plaatje gaat er toch ook heel veel gewoon door", aldus Van Veldhoven. Waarmee de problemen lijken mee te vallen. Maurits von Martels (CDA) bracht onder woorden dat het beeld wat Van Veldhoven schetst heel anders dan wat hij terug hoort uit de praktijk. Daarop reageerde de minister dat er hier sprake zou kunnen zijn van misverstanden. Die worden veroorzaakt door de detectiegrens en de normen. 

Zo geldt er een detectiegrens van 0,1 microgram per kilogram "en die is niet bepalend of grond wel of niet mag worden toegepast", zegt Van Veldhoven. Dat wordt bepaald door de normen 3-7-3-3. Daarboven wordt het wel lastiger waar de grond naar toe moet. Voor het reinigen van zandgrond moeten namelijk nog stappen gezet worden. "Dat klopt niet want plaatsing van grond met een waarde tussen 0,1 microgram en de normen is juist wel een probleem", zo reageert Zijlstra. "Dit is juist de kern van het probleem: vanwege het ontbreken van achtergrondwaarden, is nu volstrekt onzeker waar eventueel vrijkomende grond later kan worden toegepast."

Achtergrondwaarden

Voor het bepalen van de achtergrondwaarden is tijd nodig en moet er nog veel gebeuren, maar daar gaat Van Veldhoven niet op in. Zijlstra is teleurgesteld over de uitspraken van de staatssecretaris "Uit de antwoorden van de staatssecretaris op de vragen blijkt dat ze de signalen uit de praktijk nog niet serieus neemt. "Het doet geen recht aan de zorgen die leven bij de ondernemers die er dagelijks tegenaan lopen."  Daarom wil Cumela zo snel mogelijk met de staatssecretaris om de tafel. "Wij roepen de staatssecretaris op om op zeer korte termijn samen met de sector tot praktische oplossingen te komen. We kunnen niet afwachten tot een definitief handelingskader is vastgesteld."