PFAS-norm onmeetbaar

De PFAS-detectienorm van 0,1 microgram per kilogram grond blijkt helemaal niet meetbaar te zijn. Dat komt naar voren uit onderzoek gedaan door het S&R Milieuadvies in opdracht van de Nederlandse Vereniging van Procesmatige Grondbewerkingsbedrijven (NVPG). Die liet grond wat sinds 1925 onberoerd bleef bij drie verschillende laboratoria onderzoeken. Het leverde de conclusie op dat de meetafwijkingen zo groot zijn dat er geen conclusie aan te verbinden zijn. Bij BNR riep projectleider Sander Vermaat van S&R Milieuadvies op tot het neerzetten van een realistischer norm van 5 tot 10 microgram. 

Om te achterhalen hoe nauwkeurig een meting van PFAS echt is besloot de NVPG de proef op de som te nemen. Daarvoor maakten ze gebruik van grond waar geen vervuiling uit de stofgroep PFAS in kan zitten. Die grond werd gevonden onder een woning uit Rotterdam die in 1925 gebouwd werd en waarvan de grond niet in aanraking is geweest met lucht en water. Door grond uit 1925 te nemen weet de NVPG zeker dat er niets in zit, omdat toen de stoffen nog niet bestonden. Vervolgens ging de grond in tweevoud naar drie laboratoria. Slechts een oordeelde dat de grond vrij was van PFOA en PFOS verbindingen. De andere analyses toonden een grote spreiding. 

Meetonzekerheden
Iets wat niets te maken heeft met de apparatuur van de laboratoria zo stelde Vermaat bij BNR, maar het gevolg is van meetonzekerheden. "Voor het RIVM was dat destijds de reden om het ministerie te adviseren geen detectielimiet van 0,1 microgram te gaan hanteren", zegt Gerben Zijlstra, beleidsmedewerker bodem bij CUMELA Nederland. "Eigenlijk kun je alleen met voldoende zekerheid stellen dat iets kleiner is dan 3 microgram, maar niet wat het niveau daaronder is." 

Milieuadvies stelt op basis van de testen die ze deed dat bij het hanteren van rapportagegrenzen van PFOA/PFOS tussen de 5 tot 10 microgram per kilogram voldaan wordt aan het hanteren van een grens die een betrouwbaar beeld geeft. Nu stelt de organisatie dat het niet verantwoord is om de huidige rapportagegrenzen te handhaven voor de kwalificatie van grond of baggerspecie.