Opheldering over rijenbemesting maïs blijft uit

Ergens in 2019 komen de voorwaarden voor drijfmestrijenbemesting in maïs naar buiten. Dat blijkt uit de antwoorden die landbouwminister Carola Schouten woensdag 19 december gaf op de vragen van Helma Lodders, VVD, over de onduidelijkheid rondom de nieuwe teeltregels voor maïs. CUMELA Nederland is teleurgesteld dat hier nog steeds geen duidelijkheid over is.  

  • DSC04786.JPG

    Vragen rondom nieuwe teeltregels maïs blijven onbeantwoord

In 2021 wordt op zand- en lössgrond rijenbemesting in maïs verplicht. Dit als onderdeel van het zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn. Of de bemesting standhoudt in het zevende actieprogramma is echter nog niet duidelijk Daarmee stoppen de vragen niet. Ook over de rijenbemesting zelf bestaat veel onduidelijkheid, want wanneer moet het wel en wanneer niet? En wat bedoelen ze eigenlijk met bemesting in de rij? Op welke afstand van het maïszaad moet de mest dan geplaatst worden? Wordt ruitzaaien dan ook geaccepteerd als vorm van precissiebemesting.  

Eisen na 2019 nog onduidelijk

Reden voor Lodders om hier vragen over te stellen, maar de antwoorden brachten niet de gevraagde duidelijkheid. Schouten laat in haar antwoorden aan Lodders weten dat nog niet voor alle teeltmaatregelen, die na 2019 ingaan, duidelijk is welke eisen er precies gesteld gaan worden. "Hier wordt aan gewerkt, onder meer met de sectorpartijen en de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM)."

Maurice Steinbusch, secretaris agrarisch loonwerk bij CUMELA Nederland, is één van de gesprekspartners en zegt dat het ministerie in de eerste maanden van 2019 hierover met het bedrijfsleven in gesprek wil. "Bij die gesprekken willen we dat ook de boerenorganisaties en machineleveranciers aanhaken", zegt Steinbusch. "Het is noodzakelijk dat de criteria zo snel mogelijk bekend worden, omdat cumelabedrijven dan de tijd hebben hun investeringsbeleid daarop af te stemmen. Om dezelfde reden moet ook snel duidelijkheid komen over ruitzaaien." 

Grote gevolgen voor de bedrijfsvoering

Een teleurstelling noemt Steinbusch het dat er nog steeds geen duidelijkheid is over maatregelen die in december 2017 richting Brussel zijn aangedragen om derogatie te verkrijgen. "Het zijn namelijk maatregelen die diep ingrijpen in de bedrijfsvoering van cumelabedrijven. Dit omdat de maatregel uitgevoerd moet worden in een periode die al erg druk is, de uiteindelijke criteria invloed hebben op de praktische uitwerking, maar hierin ook duurzaam bodembeheer, zo min mogelijk berijden, moet worden meegenomen. Het vraagt ook om nieuwe investeringen en andere investeringen er is onduidelijkheid over reeds gedane investeringen." Ook geeft Steinbusch aan dat er tijd nodg is om met de nieuwe werkwijze ervaring op te doen. Wat nu nog alleen in 2019 en 2020 mogelijk is. "We vragen dus niet ten onrechte al sinds begin dit jaar om duidelijkheid over de uitwerking."  

Om te voorkomen dat er grote investeringen gedaan worden voor een jaar gebruik wil de brancheorganisatie voor Groen, Grond en Infra oo graag weten wat er met deze maatregelen in zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn gebeurt.  

Welke hoofdgewassen?
Ook de teeltregels voor maïs in 2019 zijn nog niet geheel duidelijk. Zo blijkt dat Schouten nog komt met een definitieve lijst van gewassen die in 2019 aangewezen worden als hoofdgewas en vanggewas. Die lijst wordt nog dit jaar in de Staatscourant gepubliceerd, aldus Schouten. Op donderdag 20 december was die lijst (opgenomen in de wijziging regeling gebruik meststoffen) nog niet gepubliceerd.