Negatief effect drijfmest in de rij

Het toedienen van drijfmest in de rij, wat volgens het zesde nitraatactieplan in 2021 verplicht wordt, heeft een negatieve invloed op de opname van N. Dit blijkt uit een tussenrapportage van een driejarige proef op proefboerderij Vredepeel. Gemiddeld over twee jaar was de drogestof opbrengst bij deze methode van toediening 500 kg lager en werd 20 kg N minder opgenomen.

 

  • DSC09236 (Medium).JPG

    Bij het uitrijden van drijfmest in de rij en er daarna met behulp van GPS recht boven zaaien is geen positief effect gevonden van het nauwkeuriger bemesten.

In de proef die is opgezet in het kader van het PPS Ruwvoer en Bodem is ook gekeken naar het effect van ruitzaaien. Bij deze methode worden de maiszaden in ruitverband gezaaid op een rijafstand van 37,5 cm. Hierdoor staan de planten ideaal verdeeld over het veld en hebben maximaal de beschikking over licht en nutriënten.  Deze methode is vergeleken met de standaard rijafstand van 75 cm met bouwlandinjectie en met drijfmest in de rij.  Alle drie de teeltmethoden werden vergeleken bij twee rastypen (steile en brede bladstand), twee plantdichtheden (80.000 en 110.000 planten per ha) en twee stikstofbemestingsniveaus (155 en 100 kg werkzame N per ha).

Resultaten na twee jaar

De standaardzaai en ruitzaai hadden in 2016 en 2017 een gelijke droge stof-opbrengst van gemiddeld ruim 21 ton per ha en een gelijke N-opname van gemiddeld 220 kg per ha (zie figuur 1). De droge stof-opbrengst van het systeem met drijfmest in de rij was in 2016 ruim een ton per ha lager dan van de beide andere systemen, terwijl in 2017 opbrengst gelijk was. Bij dit systeem wordt eerst de grond klaar gemaakt waarna er daarna met behulp van GPS drijfmest op 75 cm rijafstand wordt uitgereden. Daarna kan enkele dagen later met behulp van GPS precies boven de mest de mais worden gezaaid.

De N-opname vertoonde hetzelfde beeld als de droge stof-opbrengst. De N-opname van het systeem met drijfmest in de rij in was 2016 ca. 20 kg per ha lager dan van de beide andere systemen. De lagere opbrengst en N-opname in 2016 van het systeem met drijfmest in de rij werd vooral veroorzaakt door het rastype met de brede bladstand. Mogelijk heeft verdichting van de bodem hierbij een rol gespeeld en had het rastype met de brede bladstand daar meer last van dan het rastype met de steile bladstand.

In een andere proef binnen de PPS-ruwvoer en bodem op proefboerderij Kooijenburg in Marwijksoord werd in 2016 bij een proef met 8 verschillende rastypen wel een meeropbrengst gevonden voor de ruitzaai. Deze was ruim een ton hoger dan in de traditionele methode.

Ruitzaai beter

Wat deze proeven in elk geval laten zien is dat van de alternatieve teeltmethoden ruitzaai betere resultaten laat zien dan het toedienen van drijfmest in de rij. Aangezien de N opname sterk samenhangt met de drogestof produktie is het de vraag wat het positief effect zal zijn van het verplichten van dit systeem. Dit jaar zal de proef op Vredepeel in elk geval worden herhaald op dezelfde locatie om een goed beeld te krijgen van de effecten over een periode van 3 jaar.