Mest uitrijden op klei en veen onmogelijk

Als de minister vasthoudt aan het verbod op de sleepvoetbemester op klei- en veengrond, dan is het dit voorjaar onmogelijk om in deze gebieden mest uit te rijden. Er komen wel uitzonderingen voor bedrijven die de mest verdund toedienen, maar door het ontbreken van prestatiekenmerken investeert nog niemand in deze technieken concludeert Arie Anker van Sim Holland.

  • DSC02790 (Klein).jpeg

    April vorig jaar toonde SIM Holland al een demo van een systeem om de verdunning van mest te registreren. Nog steeds is echter niet bekend welke technische eisen er aan de installatie worden gesteld.
Deze week gaf minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in antwoord op Kamervragen van Jaco Geurts (CDA) en Helma Lodders (VVD) aan, dat ze het verbod op het gebruik van de sleepvoetbemester vanaf 1 januari 2019 handhaaft.
In de toelichting geeft Schouten aan vast te houden aan het verbod, maar dat er alternatieven zijn om de mest toe te kunnen dienen zonder gebruik van een sleufkouter. Het insnijden van de zode met deze techniek vinden veel veehouders onwenselijk omdat dit de zode beschadigd, de draagkracht verminderd en onder droge omstandigheden, zeker op klei, nauwelijks mogelijk is. De minister schetst echter twee alternatieven voor de sleepvoet die of niet gebruiksklaar zijn of waarbij de mechanisatiebedrijven wachten op de prestatiekenmerken die het ministerie moet afgeven. 
Pulse-track bemester
Het eerste alternatief dat Schouten noemt is de zogenaamde pulse-trackbemester. Deze machine brengt de mest in kuiltjes in de grond en is het enige alternatief waarbij controle met het oog mogelijk is. Daarvoor hoeft dus geen extra borging te komen. Het probleem is echter dat de machine nog niet gebouwd wordt en de fabrikant deze week ons nog aangaf dat hij twijfelt of dit voor een acceptabel bedrag mogelijk is en of de werking dan gegarandeerd is.
Wat overblijft is mest verdunnen met water. Bij twee delen mest op één deel water mag de sleepvoet wel ingezet worden. Dit moet echter wel goed geborgd worden via een techniek die in de gaten houdt wat er gebeurt en kan bewijzen dat de verdunning heeft plaatsgevonden. Daarnaast moet via gps worden geregistreerd waar de mest is uitgereden.
Helemaal klaar
Vorig jaar al toonde SIM Holland een systeem dat aan deze voorwaarden kan voldoen. “Het is helemaal klaar,” zegt Arie Anker van de leverancier, “maar we zitten nog steeds te wachten op de prestatiekenmerken waar het systeem aan moet voldoen. Zolang die er niet zijn, is er geen loonwerker die hierin wil investeren. Ze hebben de lessen uit het verleden geleerd en willen eerst precies weten wat de eisen zijn. Het gaat toch om forse investeringen.”
Hans Verkerk, secretaris van de sectie meststoffendistributie van CUMELA Nederland hoopt dat de eisen binnenkort duidelijk worden, maar hekelt ook de tijd die het al geduurd heeft. “Eind mei hebben we al samen met de Wageningen Universiteit een voorstel ingediend hoe je dit zou kunnen regelen. Gebaseerd op het AGR-GPS systeem voor het transport van mest. Tot nu toe is daar niets mee gedaan.”
Op basis van de procedure kan hij nu al vaststellen dat de wet er op zijn vroegst vlak voor de start van het uitrijseizoen kan zijn. “De uitzondering moet worden vastgelegd in een wet en die moet langs allerlei inspraak procedures. Dat duurt minstens drie maanden.
Voor Sim Holland is de tijd in elk geval te kort stelt Anker. “Zelfs als we op korte termijn kunnen starten, dan kunnen we voor de start van het seizoen misschien 50 combinaties van de juiste apparatuur voorzien.
Het gevolg zal zijn, dat of alle sleepslangcombinaties, Verkerk schat zo’n 300, komend voorjaar stil zullen staan of de minister moet opnieuw gedogen dat er wel wordt uitgereden. “Dan ontstaat weer de situatie dat de NVWA niet gaat handhaven gedurende het eerste deel van het jaar. Is dat wat we willen?” "Dan blijft het aanmodderen zoals we al vijf jaar doen," foetert Anker.
Geen sleufkouters
Het alternatief is dat de betreffende loonwerkers toch overgaan op het gebruik van sleufkouters. Die investering zullen bedrijven echter niet willen doen zolang de uitzondering met het verdunnen met water in de lucht hangt. Los van de vraag wie die 300 bemesters zou moeten leveren. Want ook dat is iets waar de mechanisatiebranche geen rekening mee houdt. Het is ook een optie die Schouten zelf niet wil zo blijkt uit de beantwoording van de Kamervragen. “In het kader van goede landbouwpraktijk is het zaak dat deze alternatieve systemen kunnen worden gebruikt, zodat beschadiging van de graszode wordt voorkomen”, zegt Schouten in antwoord op de vragen van Geurts en Lodders.
Lodders is verrast door het antwoord en het uitblijven van regels voor de uitzonderingen “We willen naar kringlooplandbouw. Het sluiten van kringlopen en het gebruik van meststoffen dicht bij huis. Dan moeten we het niet onmogelijk maken om mest uit te rijden door het verbod op toepassingsmogelijkheden. Zeker niet als er zoals in deze situatie geen alternatieven zijn.”
De enige uitzondering op het verbod geldt de groep melkveehouders die bovenmatige weidegang toepast. Ongeveer 200 dagen volledig weiden, 4.200 weide-uren, geven het recht om alle mest onverdund met de sleepvoet uit te rijden. “Dat aandeel weide-uren wordt lager naarmate een groter deel met een emissiearm systeem wordt uitgereden.” Zo geeft Schouten aan dat bij 60% emissiearm nog maar 2.450 weide-uren nodig zijn, omgerekend 102 dagen volledige weidegang. Echter ook hierbij is nog onduidelijk hoe dit wordt gecontroleerd.
Lodders is in elk geval niet van plan het erbij te laten zitten. Ze geeft aan dit zeker op te als er weer een debat is “en zeker bij de begrotingsbehandeling.”