Medewerkers Cumelabedrijven willen flexibiliteit

Krokodillentranen van werkgevers, zo noemt FNV het manifest "Zo werkt het niet!", waarmee veelal (kleine) familiebedrijven proberen te voorkomen dat ze hun flexibiliteit verliezen of dat tijdelijke arbeid onbetaalbaar wordt. Wat onder meer CUMELA Nederland vraagt is een uitzondering voor seizoenswerk, werk in piektijden en studentenwerk. "Want flex is niet vies", aldus CUMELA Nederland.    

Werkgevers proberen met de campagne ‘Zo werkt het niet!’ te voorkomen dat de inzet van personeel op het laatste moment flink duurder wordt. Iets wat ook voor de cumelabedrijven, actief in Groen, Grond en Infra, en degene waarvoor ze werk verrichten grote gevolgen gaat hebben. Het betekent namelijk dat wanneer er extra personeel nodig is de werkzaamheden duurder worden of dat werk niet gedaan kan worden wanneer daarom gevraagd wordt. Wat weer grote gevolgen heeft voor boeren, maar wat ook het Waterschap, de Provincie en andere partijen kan gaan raken. Daarom vragen de veelal kleine familiebedrijven, die tegelijkertijd werkgever zijn om een uitzonderingspositie voor seizoenswerk, werk in piekperiodes en studentenwerk.    

Op 11 december overhandigden diverse werkgevers, namens 185.000 ondernemers, een manifest aan de Tweede Kamer waarin ze aankaarten welke problemen de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) oplevert. De grootste problemen worden veroorzaakt door een voorgestelde verhoging van de ww-premie bij contracten van de bepaalde tijd, de transitievergoeding vanaf dag 1 en aanpassingen van oproepovereenkomsten. Het zijn wijzigingen die grote gevolgen gaan hebben voor de veelal (kleine) familiebedrijven die vertegenwoordigd worden in het manifest.

De wijzigingen betekenen dat de zaken die met flexibele krachten worden bereikt duurder worden of dat het niet gedaan kan worden. Wat bijvoorbeeld in sectoren zoals recreatie, horeca, beveiliging en de agrarische sectoren direct merkbaar wordt voor de hele maatschappij. In de cumelasector ligt dat iets ingewikkelder, omdat het hier om dienstverlening aan andere partijen gaat. Toch kan ook dit direct door de maatschappij gevoeld gaan worden wanneer bijvoorbeeld het schoonmaken van wegen na een storm of vorst wordt fors duurder of niet gedaan kan worden.

Krokodillentranen?

De FNV bestempelde het manifest ondertussen als 'krokodillentranen van werkgevers'. Eerder gaven zij zelf echter ook al aan dat de WAB er niet voor gaat zorgen dat er meer vaste banen komen en dat is het doel van de wetgeving. Jacqueline Tuinenga, beleidsmedewerker sociale zaken bij CUMELA Nederland, stelt dat hier een mismatch is tussen FNV en de werkelijkheid. Zo claimt de FNV dat er in sectoren flinke winsten gemaakt worden waar vooral aandeelhouders en de top van profiteren. "Dat zijn echter niet de MKB-bedrijven, die het manifest aangeboden hebben. Als de FNV dit vindt dan moeten zij dat aanpakken en niet het MKB."

Voor de cumelabedrijven geldt dat de ontwikkelingen in de maatschappij, "waar wij vooral mee te maken hebben", ervoor zorgen dat er een flexibele schil nodig is. Tuinenga, stelt dat niet alleen de seizoenen, maar ook het systeem van bestekken daar verantwoordelijk voor zijn. "Vroeger had een cumelabedrijf een jarenlange relatie met bijvoorbeeld het waterschap. Nu moet het waterschap het werk in bestekken in de markt zetten. De ondernemer weet dus dat hij het werk drie jaar heeft, maar daarna? Of er is een deadline voor een werk, het moet op datum x klaar. Of er is een weersverandering op komst. Ga zo maar door. De arbeidsmarkt moet dus een bepaalde mate van flexibiliteit houden."        

Flex niet vies

Waar het volgens Tuinenga op neerkomt is dat flex niet vies is. "Werknemers willen dit ook. Daar blijft FNV hangen in het verleden. Wij merken ook vaak dat medewerkers van onze leden flexibiliteit willen, maar dat vinden de vakbonden weer niet goed."  

CUMELA Nederland pleit samen met VNO-NCW, MKB Nederland, LTO Nederland en belangenbehartigers van de beveiligers en horeca om een uitzonderingspositie in de WAB. Het aanpakken van onterechte contracten voor een bepaalde tijd is iets waar de partijen achter staan. "Bij onjuist gebruik van arbeidsovereenkomsten voor een bepaalde tijd moeten bedrijven een hogere prijs betalen", zegt Tuinenga. "Het kabinet vindt dit een eenvoudige en uitvoerbare regeling. Op zich klopt dat maar dan komen echte tijdelijke banen onder druk te staan. Daar vragen wij aandacht voor." 

De andere kritiekpunten van de FNV worden soepel weerlegd. Zo wordt door tijdelijk werk geen groter beroep gedaan op de WW. "Die betalen we als sector al jaren zelf", motiveert Tuinenga. "Het voorstel is om tussen hoog en laag 5 procent te doen (nu 0,6 procent en 2,78 procent). Dan zou hoog uitkomen op 5,66 procent, terwijl dat niet nodig is om gebruik van de WW te financieren." Ook aan de ontslagbescherming wordt niets veranderd. "Er komt een ontslaggrond bij, waar dan wel een transitievergoeding keer 1,5 bij hoort." Ten slotte mag een proeftijd van vijf maanden alleen ingezet worden bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Het verlengen van een termijn bepaalde contracten van 24 naar 36 maanden noemt Tuinenga een repartie van de Wet Werk en Zekerheid 2015 (WWZ) die het aantal maanden verlaagde naar 24. "Toen al gaven we aan dat dit er toe zou leiden dat werknemers eerder niet meer aangenomen worden."

Met de campagne hopen de familiebedrijven een luisterend oor te vinden in de politiek en te voorkomen dat kosten verder oplopen zonder dat het voor iemand voordeel oplevert. Want dat dit geen extra vaste contracten gaat opleveren staat voor de betrokken partijen vast.      

Lees hier de reactie van de FNV.