Jaar tot jaren vertraging door PFAS en stikstof

Op een enkele uitzondering na gaan de grote infrastructurele werken (Meerjarenprogramma, Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT)-projecten) minimaal een jaar en in enkele gevallen jaren vertraging ondervinden. De grootste vertragingen worden door stikstof veroorzaakt, omdat er aanvullende onderzoeken nodig zijn of soms hele nieuwe aanpakken neergezet moeten worden. Als gevolg van PFAS loopt 10 procent van de IenW-projecten vertraging op, zo blijkt uit een kamerbrief over de effecten van stikstof en PFAS op de grote IenW-projecten. 

Slechts twee MIRT-projecten blijken geen vertraging op te lopen als gevolg van de problemen rondom stikstof. Het gaat dan om het meerjarenprogramma ontsnippering, waarde €100 tot €500 miljoen, en de werken aan de A1 Apeldoorn - Azelo, geschatte waarde €100 tot €500 miljoen. Ongeveer 7 grote werken met een waarde van meer dan € 4,1 miljard lopen tot een jaar vertraging op. De overige 21 projecten kennen vertragingen tot een geschatte maximale vijf jaar of er kan nog geen inschatting gemaakt worden van de vertraging.    

Druk op overige werkzaamheden

Het heeft grote gevolgen voor de cumelaondernemers, die vaak als onderaannemer meewerken aan dergelijke projecten, want door het tijdelijk wegvallen van dergelijk grote klussen neemt de druk op de overige werkzaamheden verder toe. Iets wat vandaag de dag al langzaam merkbaar begint te worden, zo blijkt uit geluiden uit het veld. 

Cora van Nieuwenhuizen, minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) geeft in een toelichting aan dat uit de inventarisatie blijkt dat vertraging in besluitvorming en realisatie bij meerder projecten ten gevolge van PAS-uitspraak niet te voorkomen is. "Het risico op niet tijdig doorgaan van projecten bestaat daarmee nog steeds. Bij een aanzienlijk aantal projecten zijn aanvullend onderzoek en mogelijk mitigerende en compenserende maatregelen vereist. Of en in welke mate dit laatste mogelijk zal zijn bij alle projecten, zal werkende weg worden bezien."

Gevolgen PFAS

De gevolgen door PFAS zijn iets anders van aard. Actueel ondervindt 10 procent van de IenW-projecten hinder van de PFAS. Het gaat dan om tijd en/of hogere kosten. Bij nog eens 25 procent van de projecten wordt gewacht op het resultaat van de bodemonderzoeken. Vooral het afvoeren van oude ballast rond het spoor blijkt een probleem. Tot 1 december is daar een oplossing voor gevonden met een verwerkingsbedrijf, maar voor de periode daarna wordt nog gezocht naar een oplossing. 

Verder wordt in de brief gesteld dat het open stellen van de Rijksbaggerdepots een belangrijke oplossing heeft geboden voor een deel van de gestagneerde werken. Daarnaast wordt ook hier de tijdelijke landelijke achtergrondwaarde genoemd als een oplossing om projecten op korte termijn vlot te trekken. Die wordt uiterlijk 1 december gepresenteerd. Er gaat veel afhangen van deze achtergrondwaarde voor veel bedrijven, maar ook voor een deel van de werken die de overheid laat uitvoeren.