Geen betere teelttechnieken voor snijmais

Alternatieve technieken voor het zaaien en bemesten van mais zoals ruitzaaien of rijenbemesting hebben maar een beperkte invloed op de opbrengst. Zaaien van mais op een rijafstand van 37,5 cm is licht positief. Rijenbemesting geeft een negatief effect blijkt uit een vierjarige proef op Vredepeel.

 

  • ruitzaai mais.jpg

    Ruitzaai waarbij de mais op een rijafstand van 37,5 cm wordt gezaaid, geeft in een vierjarige proef een klein voordeel ten opzichte van de gangbare teeltmethoden.

In deze proef waar verschillende technieken zijn vergeleken geeft het ruitzaaien een verbetering van de opbrengst met 400 kg drogestof tegenover de gangbare methode. Bij rijenbemesting is deze juist 500 kg lager.  Onderzoeker Herman van Schooten van Wageningen University en Research stelt daarom vast dat de huidige manier van werken een goede basis is. “Goed uitvoeren van de gangbare teelt geeft een even goede benutting van stikstof als alternatieve methoden.”

De proef die is uitgevoerd binnen het project Ruwvoer en Bodem, heeft door deze uitkomsten wel een pikante uitkomst gekregen. Vijf jaar geleden was deze bedacht om te onderzoeken of het zaaien op een kleinere rijenafstand of het gebruik van rijenbemesting een hogere opbrengst zou geven. Passend binnen het onderzoeksdoel om de maisteelt verder te optimaliseren voor een betere ruwvoederwinning.

Zesde actieprogramma

Gedurende de proef kwam dat in een ander daglicht te staan omdat het ministerie van LNV in het kader van het zesde actieprogramma nitraatrichtlijn kwam met de verplichting om vanaf 2021 op zand en lössgrond rijenbemesting te gebruiken.  Deze regel is opgenomen in het zesde actieprogramma omdat op basis van ouder onderzoek het leek dat rijenbemesting een hogere benutting van stikstof zou geven.

In de nu uitgevoerde proef blijft van die proefresultaten niets meer over.  Onderzoeker Herman van Schooten heeft daarvoor ook wel een mogelijke verklaring gevonden. “Bij die oude proeven is puur naar het effect van rijenbemesting gekeken en geen vergelijking gemaakt met de praktijksituatie. Er lagen dus steeds twee vergelijkingen, waarbij om de omstandigheden gelijk te houden er in 11 van de 14 proeven de mest na het ploegen is uitgereden. Dat is natuurlijk een verschil met de praktijk omdat de mest dan voor het ploegen wordt toegediend. Vanuit de proefopzet is dat juist, maar daardoor mis je de vergelijking met de praktijksituatie.”

Geen goede vergelijking

Van Schooten vermoedt dat juist de berijding de negatieve effecten veroorzaakt die nu worden gevonden. “Want wij vergelijken het rijenbemesten nu met een veld waar de mais gewoon wordt gezaaid, dus eerst bemesten, dan ploegen en zaaiklaar maken. Datzelfde doen we op het veld waar de mais op rijen van 37,5 cm is gezaaid. Dit noemen we door het duidelijke plantverband het ruitzaaien.”  Achteraf stelt hij dat het jammer is dat in de proef ook niet een object is opgenomen waar de mest na het ploegen volvelds is toegediend. “Dan hadden we deze resultaten kunnen vergelijken met de oude proeven.”

Tijdens de presentatie van de proeven bij de afsluitende bijeenkomst van het PPS-project Ruwvoer en Bodem afgelopen week in Kamerik vertelde hij te weten dat het ministerie ook op de hoogte is van deze uitkomsten. “Ik weet alleen niet of ze daar nog wat mee kunnen binnen de huidige afspraken met Brussel.”

Voor de buitenstaander of teler is het beeld wel duidelijk. De huidige methode of het gebruik van de ruitzaaitechniek geeft de beste benutting van de aangewende stikstof. Het verschil van 400 kg ten gunste van de ruitzaaitechniek is zelfs nog significant beter dan de huidige zaaimethode. Al is dat verschil in percentage ongeveer twee procent. Een vergelijkbaar gat maar dan in negatieve zin zit er tussen de huidige techniek en de rijenbemesting. De opbrengst is dan 500 kg lager en ook dat is een significant verschil.

Geen betere benutting stikstof

In benutting van de stikstof zijn de resultaten te verwaarlozen. Het is een verschil van 2 of 3 kg stikstof extra die per ha wordt opgenomen. Het maakt voor Van Schooten duidelijk dat er niet veel hoeft te veranderen aan de maisteelt. “Ruitzaaien scoort inderdaad beter, maar heel veel bedrijven kunnen nog veel winnen door binnen de huidige teelt alles te optimaliseren.” Pas als dat in orde is, dan voegt ruitzaaien volgens hem wat toe. Al kan dat de onderzaai weer lastiger maken.

Wat deze resultaten gaan betekenen voor de maisteelt in 2021 is nog onduidelijk. Volgens Maurice Steinbusch van Cumela wordt met het ministerie nog steeds overlegd over de technische voorschriften die bij de nieuwe regels horen. “Wij hopen dat ruitzaaien een uitzondering krijgt in de regel en wordt gezien als een alternatief voor de verplichte rijenbemesting. Maar het probleem is dat we ook daarvan nog niet weten hoe de regelgeving er precies uit gaat zien. Voor loonwerkers is dat een groot probleem, want nu weet niemand waar hij aan toe is en durft niemand meer te investeren in nieuwe systemen. Er moet dus duidelijkheid komen. Ook voor de lange termijn, want loonwerkers investeren niet in een techniek voor een paar jaar.”