Ga in overleg

De maisteelt van 2019 wordt een grote gok. Dat was de boodschap van twee sprekers op de ontbijtsessie van CUMELA Nederland tijdens de ATH. Hun eensluidend advies: Ga tijdig in overleg met de klanten om te bespreken hoe ze volgend jaar willen voldoen aan de verplichting dat er op 1 oktober een vanggewas gezaaid moet zijn op zand en lössgrond.

 

  • DSC08331 (Klein).jpeg

    Hoe de teelt volgend jaar moet weten de loonwerkers die de ontbijtsessie bezochten nog niet. Wel wat ze moeten bespreken met hun klanten.
  • DSC08350 (Klein).jpeg

    Na de ontbijtsessie was er nog een speciale demo over insporing en de noodzaak om voor goede banden en een lage bandenspanning te kiezen.

De ruwvoerteelt, nu en in de toekomst, was het onderwerp van de traditionele ontbijtsessie van CUMELA Nederland tijdens de ATH. Vooral de nieuwe regels die voortvloeien uit het zesde actieprogramma raken de maisteelt van volgend jaar. Grof gezegd moet er dan op 1 oktober een vanggewas zijn gezaaid. “Een verplichting waar we nu nog geen robuust teeltsysteem voor hebben,” temperde Brigitte Kroonen van PPO Vredepeel de verwachtingen van de aanwezigen. “We hebben er de laatste jaren wel onderzoek naar gedaan, maar een methode met een garantie op succes is er nog niet. Een proef met de onderzaai van rietzwenkgras gaf in 2016 een prachtig resultaat, maar in 2017 mislukte het volkomen. En ook dit jaar zijn de resultaten nog wisselend.”

Wel benadrukte ze de noodzaak om een goed vanggewas of groenbemester te telen. “Blijkbaar hebben we het de laatste jaren niet goed gedaan, anders hadden we niet deze verplichting gekregen. We zullen het nu dus serieus moeten aanpakken. Dat is ook verstandig, want het levert ook wat op voor de bodemkwaliteit. Dat wordt de komende jaren steeds belangrijker door de krapper wordende bemestingsnormen. Dan is elke kg N die je vastlegt belangrijk voor een goede opbrengst.

De datum van 1 oktober betekent dat de teelt van late rassen wat in het Zuiden nu nog wel gebeurd feitelijk onmogelijk wordt als je geen onderzaai toepast volgens Kroonen. “Zelfs bij een vroege zaai rond 20 april zijn die niet op tijd rijp. Maar ook middenvroege rassen zijn kritisch. Kun je pas op 1 mei of 10 mei zaaien, dan kun je 1 oktober alleen halen met zeer vroege rassen.” Ze verwacht dat veel bedrijven voor onderzaai zullen kiezen. Ook dat is niet makkelijk zoals al gerefereerd.

Bij de onderzaai zijn er momenteel grofweg twee keuzes; het zaaien van rietzwenk of Italiaans raaigras. Daarbij lijkt een tweedeling in Nederland te ontstaan. In het zuiden presteert het rietzwenk wat beter volgens Kroonen. “Dat komt omdat de mais in juni eerder dichtgroeit. Het Italiaans ontwikkelt zich dan onvoldoende. Bij ons komt rietzwenk er daardoor beter uit.” Meer noordwaarts lijkt Italiaans het beter te doen blijkt ook uit proeven op Marwijksoord. Daar vormt het Italiaans een mooi gewas, dat in het najaar een mooie groene mat vormt.

Maar niet alleen de keuze van het vanggewas is nog in discussie, ook hoe de rest van de teelt moet plaatsvinden en wat de beste strategie is, is nog volstrekt onduidelijk stelde André ten Heggeler van Syngenta. “We hebben de afgelopen jaren wat proeven gedaan met onderzaai en onkruidbestrijding, maar een goede strategie hebben we nog niet. We weten dat onderzaai gelijk met de mais en dan een onkruidbestrijding met een grassenmiddel niet werkt. Maar voor de rest is het nog zoeken naar combinaties die leiden tot een goed teeltresultaat.”

Zorgen zijn er bij hem vooral over de bestrijding van gladvingergras. “Wil je dat goed aanpakken nu we niet meer de beschikking hebben over Clio, dan heb je een middel met duurwerking op gras nodig. Maar dat gaat niet samen met de teelt van het een groenbemester.”   Ondanks het ontbreken van een goede teeltstrategie voor Nederland is Ten Heggeler niet somber over de mogelijkheden. “De Denen hebben daar al veel langer ervaring mee en die laten zien dat het goed mogelijk is om na de mais een goed grasgewas te telen. Maar die pakken het ook serieus aan. Met het zaaien met een pijpenzaaimachine en aandrukrollen. Uit de graslandvernieuwing weten we dat je dan in 10 dagen het veld groen kan hebben.”