Droogte? Geen maatregelen in mest

"Er zijn geen aanvullende mestmaatregelen nodig", dat advies geeft de Commissie van Deskundigen Meststoffenwet (CDM) aan het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Dit naar aanleiding van de vraag hoe om moet worden gegaan met de gebruiksregels voor mest wanneer de droogte aanhoudt. Vooral in het oosten en het zuidoosten van het land ziet de CDM dat er een geringe hoeveelheid neerslag gevallen is en er gevaar is voor gras en maïs.  

De CDM kreeg van het ministerie van LNV drie maatregelen om te onderzoeken. Dat waren: het verlengen van het uitrijdseizoen voor drijfmest, het verlengen van de periode waarin grasland gescheurd mag worden en verlenging van de termijn van de inzaai van vanggewassen. Maatregelen die genomen kunnen worden wanneer er opnieuw een droge zomer volgt. Het advies van de CDM luidt echter dat er geen aanvullende maatregelen nodig zijn. 

Gebruiksnormen aanpakken?

Om tot dat advies te komen vond een literatuurstudie plaats gecombineerd met expertkennis. Het is tevens een verlenging van het advies van vorig seizoen. Tegelijkertijd deed de CDM een oproep om te gaan onderzoeken of de gebruiksnormen voor dierlijke mest en stikstof gedifferentieerd moeten worden naar droogte. "Afhankelijk van het neerslagtekort per 1 augustus of 1 september zouden de gebruiksnormen gekort kunnen worden. De CDM raadt aan om te verkennen hoe mesttoediening in het voorjaar en vroege zomer in plaats van de nazomer gestimuleerd kan worden." Dit omdat 2019 voor het tweede jaar op rij een droge zomer lijkt te worden en droogte daardoor steeds actueler wordt. 

Het betekent concreet dat het uitrijden van drijfmest op bouwland tot 15 september toegestaan wordt, mits daarbij een groenbemester wordt ingezaaid, en drijfmest uitrijden op grasland tot en met 31 augustus toegestaan wordt. Dit omdat er toch al sprake is van een stikstofoverschot. "In het voorjaar 2019 was de minerale stikstof in de bodem circa 10 kg per hectare hoger dan in het voorjaar van 2018." De CDM stelt verder dat wanneer de normen voor 2019 volledig benut worden er een hoger risico is op nitraatspoeling tijdens de winter van 2019-2020.      

Minder mest in opslag

Het scheuren van grasland mag in seizoen 2019 tot 1 september. "Het wordt afgeraden om grasland na 1 september te scheuren", zegt de CDM. "De beperkte hoeveelheid mest in opslag in juli 2019, naar verwachting minder dan in 2018, is ook geen argument om mest uit te rijden in september." Ook bestaat er de vrees op extra stikstofverliezen bij een bemesting na scheuren en stikstofrijk gras.    

Ook bij de derde maatregel geeft de CDM het advies dit niet te doen. Dit omdat er geen overtuigende redenen zijn om de inzaai naar een later tijdstip te verplaatsen dan nu is toegestaan. "Het zaaien van een vanggewas na 1 oktober zal vrijwel altijd leiden tot een geringere stikstofopname dan het zaaien van een vanggewas voor 1 oktober."

Wat inhoudt dat wanneer Carola Schouten, minister van LNV, het advies overneemt er geen extra aanvullende maatregelen komen. Wel geeft de CDM aan dat de geringe hoeveelheid neerslag in het oosten en het zuidoosten van het land een risico is. "Het kan zijn dat daar onvoldoende regen valt waardoor de maïs zich slecht ontwikkelt en het grasland verdort." Daar wordt verder niet meer op ingegaan.