Bespuiting succesvol tegen maïsstengelboorder

In Zuid-Limburg hebben bespuitingen geholpen de schade door de maïststengelboorder te beperken. Dit stellen Lei Steins, teeltspecialist akkerbouw bij Agrifrm, en Jos Groten, projectmanager maïs en voedergewassen bij de Wageningen University en Research. Toch kon het niet voorkomen dat er plaatselijk speciale bekken voor hakselaars nodig waren om de maïs te kunnen oogsten.  

 

In 2017 gaf een flinke aantasting van de maïsstengelboorder, gevolgd door storm, veel schade in de vorm van legering en afgeknakte maïsstengels. Dit jaar is er ogenschijnlijk minder aantasting door de maïsstengelboorder dan in 2017, echter als gevolg van de droogte waren de luchtwortels minder sterk en kreeg een aantal percelen maïs daardoor met legering te maken. Om een herhaling van 2017 te voorkomen lieten meer veehouders de loonwerker een bespuiting uitvoeren, stelt Steins. Hij schat in dat er 250 hectare maïs bespoten werd.

Toch nog schade
Waar niet gespoten werd veroorzaakte de larve, die uiteindelijk in een mot verandert, wel degelijk schade. Het gaat dan om het gebied onder Sittard. “Het is niet helemaal duidelijk welk aandeel van de schade door de maïsstengelboorder veroorzaakt is en welk aandeel door storm, maar er was schade”, zegt Steins.

Op diverse plaatsen werd het probleem nog groter, doordat de maïs net boven de grond afknapte. “Daardoor moest er soms een andere loonwerker, met een andere bek op de hakselaar, komen helpen om de maïs te oogsten. Half september was de snijmaïs alweer van het land verdwenen. Ongeveer begin oktober begint de oogst van korrelmaïs op gang te komen. Hoewel de opbrengsten behoorlijk tegenvallen, als gevolg van de droogte in het groeiseizoen, was de vraag naar snijmaïs zo minimaal dat dit uiteindelijk het enige alternatief bleek.

Stoppelvernietiging nodig
“Corn Cob Mix (CCM) en korrelmaïs zijn ten aanzien van de maïsstengelboorder geen positieve gewassen”, zegt Groten. “De latere oogst geeft de maïsboorder de kans om naar de wortels te gaan en daar te overwinteren.” Tevens blijven er na de oogst meer resten achter. Juist die resten moeten vernietigd worden om de kans op schade in het volgende jaar te verkleinen. Iets waar John Deere aan werkt, middels een systeem van stoppelbewerking achter de hakselaar. 

Steins ziet in spuiten ondertussen een goede oplossing. “Het is moeilijk in te schatten hoe groot de plaag volgend seizoen gaat worden. Het is net zo lastig om in te schatten of het aantal bespuitingen tegen de larve gaat toenemen.” Door de minder grote schade, mede dankzij bespuitingen, zal het animo om een bespuiting uit te voeren komend jaar minder groot zijn.

Ook het areaal maïs gaat waarschijnlijk iets krimpen. Zo schakelen een aantal telers, vanwege de geringe animo voor snijmaïs, over naar de graanteelt. Daardoor komt er komend jaar waarschijnlijk minder maïs.