18 nieuwe maisrassen aanbevolen

Deze week is eindelijk de nieuwe aanbevolen rassenlijst gepresenteerd. Met in totaal 18 nieuwe rassen. 13 voor de snijmaisteelt en 5 voor korrelmais en CCM. Opvallend is dat de vroege rassen inmiddels bijna net zo veel opbrengen als de latere rassen.

In totaal staan er nu 72 rassen op de aanbevolen rassenlijst. Een aantal dat je doet afvragen in hoeverre nog sprake is van een aanbevolen lijst, want de keuze is reuze. Wat opvalt is dat de lijsten weinig echte uitschieters kennen. De range voor veel kwaliteitskenmerken bevindt zich tussen de 94 en 105. Waarbij de boven en ondergrens al uitzonderingen zijn. Veel rassen bevinden zich in het stuk tussen 97 en 103. Dat wil zeggen dat ze op deze punten drie procent slechter of beter zijn dan het gemiddelde.

Zelfs de nieuwe rassen hebben vaak moeite om zich te onderscheiden van het huidige aanbod. Kenmerkend is wellicht wel de nieuwe LG 31.207 van Limagrain. Genetisch een zusje van het huidige meest geteelde ras 31.205. Het ras scoort top op drogestof- en VEM-opbrengst maar heeft een wat lager zetmeelgehalte. Limagrain zet daarom voor dit jaar zelf weer in op de 31.205 en gunt de verkoop van de LG 31.207 aan een tweetal coöperaties. Dat er wel veel nieuwe rassen zijn, komt doordat de selectiegrens wat minder scherp is gesteld. Nieuwe rassen die wel het gemiddelde halen komen daarmee ook op de lijst.

Opvallend is dat de zeer vroege en vroege rassen nauwelijks minder opbrengen dan de midden vroege en midden late rassen. De gemiddelde opbrengst van de vroegere groep was 22,1 ton, terwijl de latere rassen gemiddeld op 22,8 ton komen. Bedenk daarbij dat een vroeg ras dat een opbrengst in verhoudingsgetallen van 104 heeft, al boven die 22,8 ton uitkomt.

Mede door de nieuwe teeltregels van afgelopen jaar met de verplichting om voor 1 oktober een vanggewas gezaaid te hebben, was er een duidelijke tendens richting de vroege rassen. Vooral omdat deze in het zuiden en oosten een redelijke kans om voor 1 oktober oogstrijp te zijn waarna er nog een groenbemester gezaaid kan worden.

De vroege groep bestaat inmiddels uit 31 aanbevolen rassen waaronder dit jaar 7 nieuwe rassen. Opvallend is de entree van een nieuwe aanbieder. Eurocorn uit Duitsland komt dit jaar met in totaal twee nieuwe rassen op de lijst. Bij de vroege is dat Privat. Andere toetreders zijn drie nieuwe van Limagrain, de LG 31.207, de LG 31.214 en de LG 31.220. SY Alberdo en Vicente zijn de twee nieuwe rassen van Syngenta en Kordalis is de toevoeging van KWS.

Midden vroeg en midden laat

De groep latere rassen met in totaal 21 aanbevolen rassen kent een zestal nieuwkomers. Ook hier zijn geen echte uitschieters te noteren. Wel geldt dat deze over het algemeen allemaal qua drogestof- en VEM-opbrengst beter zijn dan het huidige gemiddelde. Ze trekken dus het niveau wel wat omhoog. In deze lijst keert Vandinter Semo terug met de Digital. Ook Dow Agroscience is een nieuwe naam met de DS1890B. Verder komt RAGT er een nieuw ras bij met zijn de RGT Bonifoxx. Verder is er de Farmueller van FarmSaat Nederland, de SY energetic van Syngenta en tot slot de EC Gisella van het alle genoemde Eurocorn.

Korrelmais en CCM

Bij de rassen geschikt voor korrelmais en CCM blijft de overheersing van KWS. Op de lijst staan nu 14 rassen van KWS met daarbij nu vier nieuwe die dit jaar zijn toegelaten.  Dit zijn de Proxdor, Magnet, Osiris en de Corazon. De eerste twee behoren tot de vroegste uit deze groep en geven een hogere opbrengst dan andere die gelijk zijn in vroegheid. De Corazon geeft een wat hogere opbrengst maar is ook wat later. Limagrain krijgt in deze groep een nieuwe met de LG 31.225. Ook een ras met een hoge opbrengst, maar wel iets later.

Vertraagde publicatie

De publicatie van de rassenlijst is dit jaar wat vertraagd doordat er problemen werden gevonden bij de nieuwe proefveldhakselaar die dit jaar werd ingezet bij de oogst. De monstername bleek uiteindelijk geen goed beeld te geven van de werkelijke plantinhoud. Dit kwam naar voren toen de eerste monsters werden onderzocht en deze te veel bleken af te wijken van resultaten in eerdere jaren en die van andere landen. Uiteindelijk is voor de proefvelden die als laatste werden geoogst nog de oude proefveldhakselaar tevoorschijn gehaald. Vooral het corrigeren van de eerste monsters kostte veel tijd wat uiteindelijk leidde tot de late publicatie. Dat is ook de reden dat in sommige rijen bij de nieuwe rassen sommige gegevens ontbreken.

Maiskopbrand

Dit jaar is er ook een lijst met rassen toegevoegd die kunnen worden geteeld op gronden die zijn besmet met Maiskopbrand. Deze rassen hebben in de twee jaar van het onderzoek laten zien dat ze helemaal niet of slechts tot maximaal 1 procent van de planten besmet raken. Door teelt van deze rassen zal de ziekte niet verdwijnen, maar is wel een rendabele teelt mogelijk. Wel is het belangrijk om op deze percelen de juiste hygiëne maatregelen in acht te blijven nemen.

In de bijlage bij dit bericht vind je alle cijfers van de rassenlijst voor komend jaar.