15 nieuwe maisrassen

De nieuwe aanbevolen rassenlijst van het CSAR voor snijmais bevat dit jaar het enorme aantal van 15 nieuwe rassen. Daaronder zijn 8 nieuwe rassen in de zeer vroege en vroege groep. Deze zullen door de nieuwe teeltregels waarschijnlijk veel gevraagd zijn voor komend groeiseizoen.

 

Door de verplichting om voor 1 oktober een groenbemester te zaaien, is de verwachting dat een flink deel van de telers op zand- en lössgrond zal kiezen voor vroege rassen in de hoop dat deze voor 1 oktober zijn geoogst.  Hiervoor geldt, hoe hoger op de lijst hoe vroeger omdat deze lijst is opgebouwd volgens vroegheid.  Dat levert in de kolom zeer vroege en vroege rassen nog flinke verschillen op. Tussen de vroegste zit bij het gemiddelde oogstmoment nog ruim 5 procent in verschil in droge stof. Gemiddeld neemt het drogestofpercentage bij de afrijping toe met ongeveer 1 procent per drie dagen. Het betekent dat tussen de bovenste en onderste toch nog ongeveer twee weken zit in moment van afrijping.

Het groepje van de allervroegste rassen wordt uitgebreid met Autens van KWS. Die vroegheid kost maar beperkt opbrengst, want deze is met het verhoudingsgetal van 98 dus maar twee procent lager dan het gemiddelde.

Direct na deze groep komt het nieuwe zeer vroege ras van Limagrain, de LG 31.205. Deze is iets later maar haalt een drie procent hogere opbrengst dan gemiddeld. Met een hoog zetmeelgehalte en een hoge VEM-opbrengst zal deze ongetwijfeld veel gevraagd zijn.

De andere nieuwe rassen in deze groep zijn in volgorde van afnemende vroegheid; Kaprilas van KWS, SY Talisman van Syngenta, LG 31.219 van Limagrain, Famodena van FarmSaat, SY Telias van Syngenta en Rudint van MOVO-zaden.

Middenvroeg en Middenlaat

Vier nieuwe rassen complementeren de lijst van middenvroege en middenlate snijmaisrassen.  De vroegste in deze groep is de Severeen van Limagrain, met een relatief hoge opbrengst voor zijn vroegheid. Overigens mogen de cijfers uit deze groep niet worden vergeleken met die uit de vroege groep. Ze zijn namelijk op andere momenten gezaaid en geoogst en staan deels ook op andere percelen.  Een opvallende in deze groep is de nieuwe Farmoritz van Farmsaat. Dit ras haalt veruit het hoogste zetmeelgehalte in deze categorie. De totale opbrengst is overigens gemiddeld, de plant haalt zijn voederwaarde dus vooral uit de korrel.

De twee andere nieuwelingen behoren tot de laat afrijpende rassen. Dit zijn SY Gordius van Syngenta en DS21194B van DSV-zaden.  Deze rassen worden over het algemeen veel op de löss en zandgronden geteeld. Wie van het opbrengstpotentieel van deze rassen wil profiteren zal een groenbemester moeten onderzaaien.

Korrelmais en corn cob mix

Aan de aanbevolen lijst voor korrelmais of corn cob mix zijn drie nieuwe rassen toegevoegd. Dit zijn Amanova en Agro Fides van KWS en ES Hubble van Euralis Semences. Ook voor deze teelten gelden volgend jaar nieuwe regels op zand- en lössgrond. Deze moeten namelijk voor 31 oktober zijn geoogst en dan moet ook het vanggewas ingezaaid zijn. Wie wil kiezen voor volledig afrijpen en het ideale oogstmoment zal ook hier moeten kiezen voor het onderzaaien van een vanggewas.

De Amanova en Agro Fides zijn beide redelijk vroeg en hebben een gemiddelde opbrengst. Daarmee scoren ze beter als de drie rassen die iets vroeger zijn. Datzelfde geldt voor de ES Hubble, die een fractie later is.

Alle cijfers van de nieuwe lijst vindt u in het pdf-document dat aan dit bericht is gekoppeld.